Het brein is in vele opzichten een black box. We weten wat er in gaat (prikkels) en wat er uit komt (gedrag), maar hoe het een tot het ander leidt blijft vooralsnog in duisternis gehuld. Als het aan hersenwetenschappers en neuromarketeers ligt, komt daar snel verandering in. Hoe snel, daarover zijn de meningen verdeeld.
Afgelopen week in de Adformatie: de Bond van Adverteerders wil een reclameluwe dag om de hoeveelheid reclame terug te dringen en tegelijkertijd de kwaliteit van reclame te bevorderen. Een sympathiek initiatief (zeg ik als consument) want inderdaad: het wordt allemaal wel een beetje erg veel! Een noodzakelijk initiatief (zeg ik als reclamemaker) want al die reclame doet steeds minder goed zijn werk. Gelukkig keert de wal het schip.
‘Liefde is een vreemde ziekte…’, zong Doe Maar in 1981. Een ziekte die psychologen en filosofen al sinds mensenheugenis voor vraagtekens stelt. Nu hebben ook de marketingwetenschappers zich over de liefde gebogen; zij vragen zich af of liefde alleen kan bestaan tussen mensen of ook tussen mensen en bedrijven.
Tevreden klanten zijn de beste ambassadeurs van je merk. Tenminste, als ze andere mensen vertellen hoe tevreden ze zijn, op school, op het werk of via sociale media als Hyves en Twitter. Hoe kun je er als marketeer voor zorgen dat je merk een beetje spraakmakend(er) wordt?
Het leven bestaat uit keuzes maken. Dat begint al ‘s ochtends vroeg bij het ontbijt (cornflakes of brood), gaat door op het werk (meteen die grote opdracht of eerst nog wat klusjes wegwerken) en eindigt ’s avonds laat voor het naar bed gaan (nog even televisie kijken, of toch maar een boek). Gelukkig heeft de natuur ons een handje geholpen, door ons uit te rusten met een brein dat gericht is op het versimpelen en automatiseren van keuzegedrag.
Mensen zijn notoire uitstellers. Vervelende klusjes schuiven we het liefst zo lang mogelijk voor ons uit. Logisch, want op korte termijn hebben die klusjes alleen maar nadelen; ze zijn vervelend en kosten tijd. Maar waarom stellen we ook veel leuke dingen het liefst zo lang mogelijk uit? Volgens Suzanne Shu, onderzoeker aan de Universiteit van California in Los Angeles, (http://www.anderson.ucla.edu/x20740.xml) komt dat omdat we niet goed nadenken over tijd.
Sinds de Low Involvement Processing Theory van Robert Heath weten we dat mensen onbewust voortdurend omgevingsinformatie verwerken. De werking van reclame berust waarschijnlijk voor een groot deel op deze subliminale verwerking. Om van invloed te kunnen zijn op ons gedrag moeten die onbewust waargenomen prikkels op de een of andere manier worden vastgelegd in het geheugen om in een later stadium weer te kunnen worden opgeroepen. Maar hoe werkt dat: je iets herinneren dat je je niet herinnert? Een tipje van de sluier wordt opgelicht door wetenschappers van de Universiteit van California. In hun recente publicatie “The Eyes Have It: Hippocampal Activity Predicts Expression of Memory in Eye Movements” in het vakblad Neuron belichten zij de rol van de hippocampus, het geheugencentrum van onze hersenen.
Creativiteit is een groot goed, vooral als je werkzaam bent in de reclame of in andere creatieve beroepen. Wetenschappers vinden echter steeds meer aanwijzingen dat er een negatief verband bestaat tussen stress en creativiteit. Stress vermindert niet alleen iemands creativiteit, maar leidt in chronische vorm zelfs tot veranderingen in de hersenen. Laat stress nou net een veel voorkomend verschijnsel zijn in de reclame…
Hoezo… de helft is weggegooid?!
Afgelopen vrijdag (31.07.09) gelezen in NRC Cultureel supplement: H.J.A. Hofland over reclame. De eminence grise van de Nederlandse journalistiek komt in zijn column met een reclamewijsheid die minstens zo oud is als de columnist zelf: ‘…de helft van het reclamebudget is weggegooid geld, we weten alleen niet welke helft.’ Een eindje verderop blijkt gelukkig dat H.J.A. wel degelijk weet hoe het zit: